maandag 27 februari 2012

Carduelis chloris


Met mijn laptop op schoot ben ik druk aan het doen alsof ik hard aan het werk ben. Ik ben verschillende colleges tegelijk aan het voorbereiden, dus ik heb verschillende bestanden, programma's en websites naast elkaar openstaan. Maar mijn aandacht wordt getrokken door het vogelvoederhuisje buiten. Het is blijkbaar lunchtijd voor de vogels want het is een drukte van jewelste. Ineens spot ik een vogeltje dat ik niet ken. Ik spring op… nou ja… ik zet rustig mijn laptop aan de kant om het vogeltje niet te laten schrikken, en loop naar de boekenkast waarin ik een boek heb staan met de titel Dieren in de tuin. Ik zoek het vogeltje op, maar omdat er geen foto's maar tekeniningen in staan heb ik nog geen zekerheid. Pas dan denk ik aan internet. Het spijt me. Hoe handig ik al die communicatiekanalen ook vind, ik ben er nog steeds niet aan gewend.
Voor degenen die het niet weten; mijn achtergrond ligt in de wereld van de geschiedenis. Echt bronnenonderzoek heb ik met name over onderwerpen uit de twintigste eeuw gedaan, maar in ieder geval altijd over de periode voordat internet bestond. Maar nog belangrijker is dat het wantrouwen in internet(bronnen) erin gestampt is. Het zijn autoriteiten in de geschiedkunde geweest die me dat hebben ingeprent en daardoor zal het nog wel een tijd duren eer ik dat achter me kan laten. 1.0 zit in mijn wezen.
Hoe dan ook denk ik wel dat ik nu de essentie van 3.0 wel te pakken heb.  De verbazing ben ik nu wel voorbij en ik heb het ook geaccepteerd, maar deelname beperkt zich, voor zover ik deelneem dan, toch nog echt tot gebruik maken van de gebaande paden. Innovatief zijn is vermoedelijk toch echt nog een stap te ver. Ideeën kopiëren, in een nieuw jasje steken en combineren, dat is wat ik kan. Alleen ik vraag me ook af wat dan echt authentiek is. Als voorbeeld werden bijvoorbeeld genoemd  televisieprogramma's en
web 2.0, maar wat is daar dan authentiek aan? In mijn beleving blijft het voortborduren op iets voorgaands. Ik heb er inmiddels twee weken mijn hoofd over gebroken, maar ik kan niets bedenken dat volgens mijn definitie authentiek is. Vlamingen hebben dat weer beter bekeken daar heet een 'design' opleiding ook gewoon 'productontwikkeling', want dat is wat het is, een ontwikkeling. Alles wat op de markt gebracht wordt, inclusief ideeën, zijn uitwerkingen van de vraag 'hoe kan ik zorgen dat 'dit en dat' makkelijker/mooier/exclusiever/beter/goedkoper/duidelijker/enz wordt?'.
Terug naar de vogel: ik ben gaan kijken op www.vogelvisie.nl en daar kon ik op een hele handige manier zoeken, eigenlijk precies volgens het taxonomie systeem zoals dat al sinds jaar en dag in de biologie wordt gebruikt alleen dan digitaal. Of dit nu web 1.0 is, omdat er informatie vertrekt wordt, of web 2.0, omdat ik zonder antwoorden op de vragen niet tot de uitkomst kan komen is niet heel erg van belang. Het feit blijft dat het slechts een digitale afgeleide is van iets dat al bestond.
Een voorbeeld van een televisieprogramma is Big Brother. Door velen als 'zeer vernieuwend' gekenmerkt. Het klopt natuurlijk dat we het nog niet eerder op televisie gezien hadden, maar het principe bestond al. De tv bestond, series bestonden, real-life bestond, de term Big Brother was al bekend, het is dus toch niets anders dan ideeën samenvoegen en in een nieuw jasje steken.
Misschien zit ik toch te vastgeroest in 1.0 denken, misschien begrijp ik het concept verkeerd, of misschien hang ik me teveel op aan de term 'authenticiteit' en is die gewoon wat ongelukkig gekozen.

maandag 13 februari 2012

Under construction...

Voor zover ik gezien heb was ik niet de enige deze week die zonder inspiratie zat. Ik ben dus nog hard aan het werk om toch iets te melden dat niet gaat over het gebrek aan inspiratie.. one moment please...

zondag 5 februari 2012

Geluk is met de dommen

Op vrijdagmiddag 19 november 2010 ben ik om 16.08 uur in Utrecht in de trein naar Den Bosch gestapt. Waarom het interessant is om dat te weten? En hoe het komt dat ik dat nog weet? Het was de middag van de brand in een elektriciteitsruimte op het station van Utrecht centraal. Dat het treinverkeer van en naar Utrecht helemaal plat lag hoorde ik pas toen ik om 16.37 uur in Den Bosch uitstapte. De trein waar ik in had gezeten bleek één van de laatste treinen te zijn geweest die die middag nog vertrokken was uit Utrecht.  Ik had dus geluk gehad, maar duizenden anderen niet. Gelukkig leefden velen van hen op dat moment al in een 3.0 samenleving. Ik heb er geen weet van gehad omdat ik enerzijds daar niet vast zat en anderzijds omdat ik nu nog steeds moet wennen aan 3.0, maar Hans van Driel vertelde dat hij wel één van die duizenden was en gelukkig al wel volop in de 3.0 samenleving meedeed. Want die middag liet 3.0 zich van zijn beste kant zien. Mensen begonnen te twitteren over wie vervoer had om Utrecht uit te komen en waar nog wel plaats was voor extra mensen. Niet veel later had iemand zelfs even snel een website opgezet waar alle liften naar verschillende plaatsen op werden gezet en waar men op kon kijken of er nog een plekje beschikbaar was in zijn of haar gewenste richting. Hoe 1.0 stond daar de NS naast, die alleen maar kon bedenken om veldbedjes in de Jaarbeurs te laten plaatsen! De beelden van al die lege bedjes, omdat nagenoeg iedereen een eigen manier had gevonden om uit Utrecht weg te komen, maken me nog steeds aan het lachen.
Tegenwoordig reis ik niet meer met de trein, maar met de auto. Internet op mijn telefoon, zodat ik had kunnen twitteren of een ander medium had kunnen gebruiken om aan meer informatie te komen over de omstandigheden op de weg afgelopen vrijdag, had me dan ook niet kunnen helpen als ik vast had gestaan. Maar ik stond niet vast. Ik heb ook toen weer geluk gehad. Ik ben die dag toevallig thuis gebleven. Ik hoop dan ook dat niemand die dit leest wel in de reisproblemen heeft gezeten en al helemaal niet met de NS. Want die zijn ruim een jaar later met hun radiostilte over de problemen op het spoor zelfs niet 1.0 meer te noemen!  

zaterdag 28 januari 2012

Iedereen beroemd

Het kwam als een grote schok. Het toeval wilde dat ik enkele uren voordat ik het cursusprogramma van de cursus Mediawijheid las, nog met enige trots tot de conclusie was gekomen dat ik wel begreep dat  een # bedoeld werd met een “hesjtek”, maar dat ik niet wist wat je er mee moest, laat staan hoe ik het schreef of uitsprak. Het begrip had ik opgevangen via de radio, waarop ze het in verband brachten met Twitter. Al lijkt het nu dat ik van een andere planeet kom, ik had wel enig idee van wat Twitter was, met de nadruk op ‘enig’, dat dan weer wel. Om mijn aardsheid te benadrukken kan ik zeggen dat ik wel al een account op Facebook had, maar merk daarbij op dat ik met reden niet zeg dat ik al ‘actief was op Facebook’. Skype had ik overigens ook al en die gebruik ik zelfs, althans, als de telefoon om welke reden dan ook niet voldoet en dat doet het over het algemeen wel. Buiten Twitter, Facebook en Skype bleek het ook de bedoeling om accounts aan te maken bij Google Blogspot, Evernote, Edistorm en LinkedIn. Van de eerste drie had ik zelfs nog nooit gehoord en over laatste vroeg ik me af wat ík daar nou mee moest. Dat is toch niets voor mij? Netwerken, dat is toch alleen voor yuppen? Bovendien, ik heb al Facebook, dus waarom moet ik nu ook nog eens mijn gegevens op weer een andere site bijhouden? Ben ik nu zo vreemd dat ik geen hele dagen op internet zit of wil zitten? Begrijp me niet verkeerd, ik ben wel verslaafd in die zin dat ik na een paar dagen internetloos op vakantie te zijn ontwenningsverschijnselen krijg, omdat ik toch wel wat over de omgeving op wil zoeken, even het nieuws bij wil houden of gewoon de weersverwachtingen wil weten, maar doelloos surfen, nee, dat doe ik eigenlijk nooit. En nu word ik ineens gedwongen om niet alleen veel gebruik te maken van het internet, maar ook nog eens mijn rustige, vrij anonieme, leventje tentoon te stellen voor ieder die zich in mij interesseert. 
Tijdens het eerste college begreep ik dat ik niet de enige was die zich afvroeg waar dit nu allemaal voor nodig is en enige terughoudendheid kende met betrekking tot zijn of haar leven op internet te zetten. Onze docent, Hans van Driel, de student-assistent, Geeske Kanters, en Marlies de Vet, alias BiebLies, hebben tijdens het college hun best gedaan om het nut van al deze sites te tonen en laten zien dat netwerken niet alleen voor yuppen is en, eerlijk is eerlijk, het heeft effect gehad. Inmiddels ben ik van de schok bekomen, heb ik de accounts aangemaakt, weet ik hoe ik ‘hashtag’ schrijf en uitspreek en heb ik zelfs wel lol in het idee dat ik mezelf belangrijk maak. Nu nog uitzoeken hoe ik dit op Blogspot ga zetten. :D